Juni 2010. Inmiddels zit ik alweer zo’n drie maanden bij de districtsleiding van het Rotterdamse politiedistrict Oost. Als ik mensen spreek over mijn ervaringen binnen het Rotterdamse politiekorps komt al snel de vraag naar voren: en wat is nu het grootste verschil?
Ik moet eerlijk zeggen dat ik niet zo goed weet wat ik op die vraag moet antwoorden. De verschillen tussen het Openbaar Ministerie en de Politie zijn te vergelijken met de verschillen tussen twee supermarkten uit een vergelijkbaar prijssegment. De eigenaren zijn anders, de inrichting is anders en het assortiment verschilt een beetje. Bij de een is de koffie wat goedkoper, bij de ander is de kaas wat gunstiger geprijsd. Maar bij beide doe ik boodschappen, bij beide vind ik mijn weg en bij beide ga ik steeds weer tevreden met een kar vol boodschappen naar buiten.
Natuurlijk is het zo dat de ene supermarkt het soms wat beter doet dan de andere. Ook daar zijn accentverschillen te bespeuren bij de aanpak van problemen, bij de inrichting en bij de wijze waarop het personeel wordt geïnstrueerd. Maar beter of slechter? Ik weet het niet.
Ik ga daarom mijn aandacht niet richten op het grootste verschil. Ik probeer steeds een accentverschil te analyseren, beet te pakken en te doorgronden.
Een van de accentverschillen is het verschil in hiërarchie, of eigenlijk moet ik zeggen, in de benadering van het verschijnsel hiërarchie.
Toen ik in 1991 als RAIO (rechterlijk ambtenaar in opleiding) begon bij het OM was de hiërarchie daar nog beperkt. Er was nog geen college van procureur generaals. Er was een hoofdofficier en er was een teamleider maar de vrijheid om in mijn eigen zaken, in mijn eigen gebied te opereren was groot. Er waren weinig beleidsuitgangspunten en er was niet veel op schrift gesteld over gebruikelijke eisen in vergelijkbare zaken. Dat maakte het werk heel uitdagend, en soms ook wel wat eenzaam. Ik deed mijn stinkende best om te doen wat goed was, of wat ik dacht dat goed was, maar er waren weinig momenten van overleg. Voor mij heeft het wel gewerkt, ik weet zeker dat ik toen geleerd heb om steeds terug te gaan naar de basis. Ik heb me meerdere malen afgevraagd wat ik wilde bereiken, waar het OM echt voor stond en hoe ik daar op de juiste wijze mijn bijdrage aan kon leveren.
Geleidelijk aan zijn er steeds meer kaders gekomen, meer richtlijnen voor de strafvordering. Er kwamen afspraken over de vraag wat met wie moest worden besproken. Dit deel van de hiërarchie gaf helderheid, zekerheid en bood ook inzicht. Wel was het zo dat de strakkere lijnen, de verplichte uitgangspunten niet altijd in goede aarde vielen in deze organisatie met super professionals. “Ik heb het zelf niet bedacht dus wie zegt mij dat het goed is? Wie heeft dat dan bedacht en wist die persoon wel genoeg om zoiets op papier te zetten?"
Dat waren en zijn vaak de eerste reacties van professionals op alle nieuwe ontwikkelingen, zeker binnen een juridische, en dus wat conservatieve, organisatie als het OM. Het is dan sterk de taak van de leidinggevende, de sleutelfiguren, om weerstanden weg te krijgen en de dialoog aan te gaan. En daar zit dan tevens het lastige punt: waar stop je met uitleggen, waar stop je met praten en wanneer is de boodschap: dit moet gewoon? En hoe breng je zo’n boodschap?
De politie is van oudsher meer hiërarchisch ingesteld. Ik hoor met enige regelmaat nog verhalen over het drillen, het groeten, het belang van rangonderscheidingstekens. Tijdens de lunch deelt men herinneringen over een adjudant die op het strand van Ouddorp de mannen uitschold, zijn schoenen liet poetsen en ronduit bezopen opdrachten verleende. Die excessen zijn er wel uit. Wat blijft is een soort van natuurlijke acceptatie van de hiërarchie. Dat, in samenhang met een cultuur die gericht is op actie, maakt dat het logisch wordt om opdrachten te verstrekken.
En dan komt het punt wat echt opvalt. Een opdracht die gegeven wordt vanuit een benadering dat het vanzelfsprekend is dat de boodschap en de boodschapper worden geaccepteerd komt beter over dan een opdracht die gegeven wordt door een persoon die weet dat er hele bergen tegengas gaat komen.
Er valt nog genoeg te leren…
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Ha die Marijke,
BeantwoordenVerwijderenBen nog steeds van mening dat de politie "overgeorganiseerd" is. Na de "koffertjesronde" is het fout gegaan, meer indianen op straat en minder opperhoofden ... dat is mislukt. Bij het OM is er een hoofd-ovj, een teamchef en dat is het dan, er veel veel verantwoording bij de medewerkers zelf.
Politie daarintegen. Hoofdcomm., per district Coom., van alle denkbare afdelinKjes hoofden en chefs ..... die elkaar en de mens "op straat" aanstuurd. Al deze "overhead" moet weer cijfers aanleveren ipv dat zijn aan het opsporingsproces/veiligheid van de stad deelnemen. Op deze manier voelt niemand zich meer verantwoordelijk voor de taak op straat .. en daar gebeurd het toch !!!!
Ik zou er niet meer kunnen werken ... heb nu veel verantwoording, neem/draag ik ook en heb het nog steeds UITSTEKEND naar mijn zin.
Mogelijk kan je iets met "mijn visie"!!!
Groet Ad