" Rijnmond 603; kunnen jullie gaan naar de X straat? Er is een voetganger onwel en de ambulance medewerkers krijgen hem niet op de brancard. Hij is te zwaar. Kunnen jullie even assisteren?"
"Onderweg!"
We gaan op pad, zonder toeters en bellen. De ambulance is immers al ter plaatse en bovendien zijn we niet verwijderd van de plek waar de man ligt.
Als we aankomen lijkt alles redelijk normaal. Er ligt een man op het fietspad, op zijn rug. Hij heeft pijn aan zijn been. Hij is gestruikeld. Het slachtoffer is Kees. Kees werkt bij het bedrijf waar we vlak voor staan.
Als ik eerlijk ben is mijn eerste indruk van Kees niet die van een hele dikke man. Dat verandert als de ambulancebroeder mij aanwijst om het hoofd van Kees beet te houden, terwijl ze doende zijn een soort opblaasbare spalk om hem te bevestigen. Kees is groot, redelijk in proportie maar wel heel fors. Vooral zijn blote buik die onder zijn jas en trui uit hangt valt op. Die buik is enorm. Kees moet de brancard op. Twee ambulancebroeders, drie keer politie en ook een collega van Kees en een toevallig passerende brandweerman sjouwen mee.
Wanneer Kees op de brancard ligt blijkt dat hij eigenlijk te breed is voor dat smalle bed. Hij lijkt er bijna af te glijden aan een kant. Dan is het natuurlijk belangrijk dat hij echt goed wordt vastgemaakt. Ook dat lukt amper, de riemen zijn eigenlijk te kort om zijn buik te omspannen. Als hij vast zit gaat de brancard op zijn wielen en lijkt de klus bijna geklaard.
De brancard moet de ambulance in worden gereden maar daar ontstaat het volgende probleem. De rail waar de brancard op moet worden geschoven bevindt zich aan de rechterkant van de kasten in de wagen. En waar de kasten staan hangt ook de buik van Kees. Dat gaat niet passen. Er wordt een andere ambulance opgeroepen, een grote met de rail in het midden van de wagen in plaats van aan de zijkant.
Er is inmiddels wel echt spoed geboden bij de aanpak van Kees. Hij is misschien niet zo heel erg gewond, maar het is wel 4 graden onder nul en hij ligt al met al toch wel zo'n drie kwartier buiten in de kou te kermen van de pijn. We besluiten de brancard naar binnen te rijden, naar de hal van het bedrijf waar Kees werkt. We verspelen nog een paar minuten omdat de schuifdeuren van de toegangsluis niet berekend zijn op deze lange stoet. De voorste deuren gaan niet open zolang de achterste deuren nog niet helemaal gesloten zijn. En medewerkster van het bedrijf kijkt vanaf de balie binnen rustig toe hoe wij ons in een soort van slapstick tussen de heen en weer schuivende deuren proberen te manoeuvreren. Open dicht, naar voren en naar achteren, beetje scheef rijden, we kijken elkaar maar even niet aan.
Binnen wachten we op de nieuwe ambulance.
Er is echter wel een probleem. Kees ligt nog steeds half op en half naast de brancard. En Kees moet niet van de brancard vallen. Ook is het niet echt de bedoeling dat hij met brancard en al omstort. Kortom, of wij Kees nog even willen tegenhouden. Samen met mijn collega sta ik aan de kant van de brancard waar Kees half van afglijdt. We zetten ons schrap en houden hem tegen. Een klusje van niets. Ware het niet dat de ambulancebroeders ondertussen een gedegen medisch onderzoek starten, de derde collega op straat de tweede ambulance op zal vangen en wij al met al een minuut of twintig lang met stramme schouders de man moeten stutten.
Het medisch onderzoek start met de besliste vraag: "Ik neem aan dat u hoge bloeddruk heeft?" Ja inderdaad. "Leidt u ook aan diabetes?" Ja inderdaad. "En wat weegt u?" Nou de laatste keer dat ik me woog was ik 140 kilo...
Ik vermoed dat hij zich al heel lang niet meer heeft gewogen.
Als Kees uiteindelijk in de grote ambulancewagen wegrijdt naar het ziekenhuis en wij gelukkig onze armen en schouders weer kunnen bewegen zijn we het allemaal eens: de komende drie weken alleen maar groene sla, want dit wil ik nooit zelf meemaken.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten